Het hanteren van (keuze)vrijheid
In de keuzes die een kind maakt, bepaalt het de vrijheid. Vrijheid is essentieel voor de ontplooiing van de persoonlijkheid van het kind. Als kind moet je leren deze vrijheid te hanteren. Dit moet je langzamerhand leren. Het betekent ook dat een kind de beperkingen van zijn mogelijkheden moet ervaren en leren aanvaarden. Voorwaarde is dan wel dat het kind hiervoor de ruimte krijgt om zo zijn eigen grenzen en de eventuele gevolgen van bepaalde keuzes te leren kennen. Een kind van vier jaar zal dit weer anders ervaren dan een kind van twaalf.
De vrijheid van keuze wordt aan De Optimist in grote mate bepaald door het omgaan met de taken. De keuzes van het kind worden in grote lijn bepaald door de taak die het kind heeft gekregen of zichzelf stelt. De taken verschillen naar niveau. Het samenstellen van de taak voor ieder kind is een verantwoording van de leerkracht.
De opdracht ligt vast, maar de vrije keuze ligt in:
- het tempo en vooral de volgorde waarin een kind wil werken
- keuze van de hulpmiddelen
- de keuze om alleen te werken of samen met anderen
- de besteding en de verdeling van hun tijd
Vaardigheden als zelfstandig werken en verantwoordelijkheid dragen over het eigen werk heeft niet elk kind. Deze moeten worden aangeleerd.
Wij beschouwen het werken met de taak derhalve als een continu ontwikkelingsproces gedurende de tijd dat het kind onze school bezoekt.
|
|
|
|

|
|
|
|